Simone is al elf jaar een bekend gezicht bij ‘t Stadsplein. Wat begon als een drempel om na een moeilijke periode weer onder de mensen te komen, groeide uit tot een rol als creatief brein en onmisbare kracht van de ‘Buurtsoep’ elke woensdagochtend in de Kookstudio. Een gesprek over depressie en hoe creativiteit je kan helpen te groeien. Nu kan ze zonder angst een hele groep toe te spreken.
Laten we bij het begin beginnen, Simone. Je bent inmiddels elf jaar vrijwilliger bij ‘t Stadsplein. Hoe ben je hier destijds binnengekomen?
“Elf jaar geleden kwam ik in deze buurt wonen. Ik zat toen al een jaar thuis en voelde me depressief. Thuiszitten is eigenlijk helemaal niets voor mij, maar ik was in die tijd heel stil en teruggetrokken. Via een aantal gesprekken ben ik hier als vrijwilliger terecht gekomen. Ik begon heel bescheiden met het keukentje schoonmaken, de tafels afnemen. Dat soort werk.”
De Simone van toen en nu lijken dag en nacht verschil, begrijp ik. Wanneer kwam de ommekeer?
“Dat ging stapje voor stapje. Er werd een koffietafel georganiseerd en ik begon te helpen bij het uitserveren. Daarna kwamen er steeds meer klusjes bij. Cadeautjes inpakken voor het klaverjassen, de kerstboom opzetten. Men zag dat ik creatief was en dat ik het leuk vond om de ruimte te versieren. Maar de echte omschakeling kwam na de corona tijd. We wilden de mensen weer uit hun huis krijgen, ze weer samenbrengen. Zo is in samenwerking met Désirée Vegter, destijds coördinator bij ’t Stadsplein, de ‘Buurtsoep’ ontstaan.”
Kun je ons meenemen in een gemiddelde ochtend bij de Buurtsoep?
“Ik ben vaak als eerste om koffie te zetten. Als de groep er is, drinken we eerst gezellig samen een bakje. Daarna gaat iedereen die dat leuk vindt aan het keukenblok staan om groenten te snijden en ruim ik ondertussen op. Ik schenk ook koffie in voor mensen die dat nog willen en maak een praatje met de mensen die niet kunnen of willen snijden. Als de groenten in de pan zitten, kletsen we met z’n allen over wat er speelt in de wijk. Na de soep ruimen we samen op. Het is een warme, drukke boel.”
Je vertelde dat je vroeger erg verlegen was. Is het wennen dat iedereen je nu weet te vinden?
“Als ik daarop terugkijk, zie ik een enorme groei. Vroeger vond ik het moeilijk om mensen aan te spreken, nu sta ik soms voor de hele groep en zeg ik: ‘Mensen, luister even!’. Dat had ik twee jaar geleden echt niet gedurfd. Ik heb hier vrienden gemaakt en ik voel me geaccepteerd. Of ik nu fysieke klachten heb of even mijn dag niet heb, het maakt niet uit. Je wordt hier gewaardeerd om wat je wel kunt.”
Je hebt onlangs zelfs een heel bijzonder compliment gekregen van het team van Stadsplein, toch?
“Ja, dat vond ik een enorme eer! Ik werd gevraagd om mee te denken over de herinrichting van de hal boven. Er waren zelfs officiële bedrijven gevraagd, maar uiteindelijk is er gekozen voor mijn ontwerp. Ik had een ‘moodboard’ gemaakt waarbij ik de stijl van beneden wilde doortrekken naar boven. Ik heb op internet gezocht naar de historie van het pand, naar de kleuren van vroeger en de oude muur panelen. Nu hangen er onder andere subtiele 3D-geprinte vogels aan de muur voor de rust. Ik was zo trots dat ik direct mijn vrienden heb gebeld om het te vertellen.”
Wat is voor jou de grootste drijfveer om dit, naast je andere bezigheden, te blijven doen?
“De warmte en de gezelligheid. Je omgeving rijker maken, maar ook jezelf blijven ontwikkelen. Het mooiste compliment dat ik ooit kreeg, was van een bezoeker die zei toen ik terugkwam van vakantie: ‘Ik ben zo blij dat je er weer bent, we kunnen je niet missen.’ Dat gevoel dat je nodig bent, dat is goud waard.”
Wat zou je willen zeggen tegen mensen die nu in de situatie zitten waar jij elf jaar geleden in zat?
“Denk erover na om vrijwilligerswerk te gaan doen. Het helpt je enorm om weer onder de mensen te komen en persoonlijk te groeien. Bij ‘t Stadsplein is er altijd een plekje voor je. Mijn leven is door deze plek echt verrijkt.”

